- Uit Zijn Wil kwam onwetendheid (Avidya) voort: woord (Aum), tijd (Kala), ruimte (Desha), atoom (Anoe) en de ether (Akasa) voort.
- Uit het element ether (Akasa) “evolueert” de lucht (Vayu), uit de elementen ether en lucht: het vuur (Agni); uit de elementen ether, lucht en vuur: het water (Jali); en uit de elementen ether, lucht, vuur en water: de aarde: (Prthiva).
- De aarde “involueert” in water, water in vuur, vuur in lucht, lucht in ether, ether in onwetendheid en onwetendheid in de âGod de Vaderâ (Brahman).
- Als onwetendheid een overmaat aan “inerte energie” (Tamas) heeft, dan manifesteert ze zich als “Siva”, een overmaat aan “actieve energie” (Rajas) als “Brahma” en een overmaat aan evenwichtige energie (Sattva) als “Vishnu”.
- Weet dat met âonwetendheidâ het gebrek aan kennis en besef van onze goddelijke afkomst wordt bedoeld. Het doel van ons leven is om de âsluiers van illusieâ in ons weg te halen.
- “Deze dingen zegt de Amen, de trouwe en waarachtige getuige, het begin van de schepping van God.” (Openb.3:14).
- “In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord van God was God… en het Woord werd vlees en woonde onder ons” (Joh. 1:1, 3, 14).
- “Zo schiep God de mens naar zijn eigen beeld.” (Gen. 1:27)
- “En rondom de troon waren vier en twintig zetels en op de zetels zag ik vier en twintig Ouderlingen” (Openb.4:4)
Toelichting:
Deze teksten afkomstig onder andere uit de Upanishads, Samhithas en Bijbel zijn moeilijk met het verstand te volgen. In de âGeheime Leerâ veel met âbedekte taalâ en verhalen gewerkt. In dit verband heeft bijvoorbeeld het verhaal uit de Bijbel over de âVerloren Zoonâ esoterische betekenis. Ook in Opnbaringen van Johannes in het Nieuwe testament zijn teksten te vinden die slechts esoterisch kunnen worden uitgelegd.
Het ontstaan van de kosmos en de mens zijn gebeurtenissen waar de hedendaagse geleerden nog steeds geen volledige antwoord op hebben gevonden. Zij verklaren het ontstaan van het heelal met een âOerknalâ, waaruit stoffelijke deeltjes of materie en uiteindelijk de kosmos is ontstaan. Ook heeft men recent ontdekt dat er na de Oerknal een strijd is geweest tussen materiedeeltjes en niet-materiedeeltjes. Deze strijd is ten gunste uitgevallen van de materie. In de kosmos zijn meerdere âoorlogenâ geweest voor dat er orde kwam in de Chaos.
Het fictieve verhaal over Brahman, de Al-Ene, en Prakrrtti met zijn zonen gaat over het ontstaan van het heelal.
Een zoon, genaamd âDhyanajamâ (voortgesporten uit meditatie) kwam bij zijn vader, genaamd âAkalpitaâ (Het begrip te boven gaand) en vroeg hem: âVader u heeft mij verteld hoe ik mij in deze wereld zou moeten handhaven. Hoe ik vrienden kan maken, waarom ik de Vedad moet bestuderen. Ook heeft u mij belangrijke waarden uitgelegd over het leven, zoals geweldloosheid, liefde en mededogen. U leerde mij bidden en mediteren. Tevens heeft u mij uitgelegd hoe ik ben geboren. Maar nog steeds heeft u niet gesproken over het ontstaan van deze wereld en van de kosmos. Het is mijn hartewens om hier iets van te begrijpen.Â
Akalpita sprak: âIk ben weliswaar door mijn âGoeroeâ ingewijd in de geheimen van het ontstaan van de kosmos, de aarde en de mens, maar deze kennis gaat alle verstand te boven, maar wat ik weet zal ik je vertellen. Voor dat ik dit kan doen moeten we onze geest eerst tot rust brengen, en ieder verlangen naar kennis uitdoven. Deze kennis kan niet gevolgd worden met het verstand. Schakel dan ook je denken uitâ. De vader en zoon gingen in meditatie.
In meditatie sprak Akalpita in een âbedekte taalâ het volgende:
âEr is een periode geweest dat âBrahmanâ, de âEen zonder een Tweedeâ, volkomen in rust was. Hij was diep in meditatie verzonken. In deze rust was er geen tijd en ruimte, slechts eeuwigheid. In deze diepe meditatie kwam bij âBrahmanâ in eens het âVuur van Verlangenâ (Fohat) op om tot expressie te komen. Dit verlangen werd zo sterk dat hij het âGrote Machtswoordâ (Maha Mantra AUM) uitsprak in één grote uitademing, die het hele heelal deed trillen op zijn grondvesten. Deze trilling was zo sterk dat de âOerstofâ (Prakrtti) uit zijn diepe slaap werd ontwaakt. De âOerstofâ gaf onmiddellijk gehoor aan het intens verlangen van Brahman en baarde zeven zonen. Er ontstond al spoedig een gevecht tussen de zonen, die wilden blijven en die niet wilden blijven. Aanvankelijk was de eerste groep in overmacht en dreigde de tweede te verliezen.
Prakrtti ging te raden bij âBrahmanâ en zei: âZie Heer, ik ben tegemoet gekomen aan Uw verlangen, maar er is een tweestrijd ontstaan tussen mijn zonen. Wat moet ik nu doenâ. Brahman sprak: âSluit aan bij uw eigen verlangenâ en volg je eigen koers (Dharma) daarinâ. Gevoed met dit advies ging de âOerstofâ in meditatie en stemde af op zijn eigen verlangen (Dharma). In meditatie ontwaakte het âVuur van Verlangenâ zo intens in hem, dat hij -uit meditatie gekomen-, een scheppingsbevel gaf aan zijn zonen. Dit bevel werd zo krachtig uitgesproken dat het trilde door de hele kosmos. Het bevel was zo krachtig dat al zijn zonen daaraan wel gevolg moesten geven. Het was de eerste Kosmische Wet: âGa heen en vermenigvuldig Uâ.
Alle zeven zonen gingen met hun vader mee op de âGrote Reisâ. De weg van lang en moeizaam. Zij moesten de winden trotseren, die hen dan weer uit één dreef en dan weer naar elkaar toe zogen.
Vele gevechten met âduistere machtenâ vonden plaats om te overleven. Steeds meer zonen bleven echter achter omdat zij de reis niet meer wilden of konden voortzetten. Bij hen die de âGrote Reisâ niet meer wilden voortzetten, was hun verlangen uitgedoofd. Bij hen die niet meer konden, was hun kracht afgenomen. Iedere keer als er een zoon achter bleef, ontstond er een âKosmisch Familieâ. Er wordt gezegd, dat er uiteindelijk op deze wijze zeven van dergelijke families in de kosmos zijn ontstaan. Deze families worden steeds groter, luisterend naar de wens van de Al-Ene en het bevel van Prakrtti: âGa heen en vermenigvuldig Uâ
De âKosmische Familiesâ deden vele ontdekkingen. Zij vonden licht en duisternis uit, maakten onderscheid tussen ruimte, tijd en eeuwigheid. Zij ontdekten atomen, electronen, gassen, vloeibare, vaste stoffen en zwaartekracht. Ook leerden zij omgaan met de winden in de kosmos. Zij scheidden ether, lucht, vuur, water, aarde. Zij schiepen het geheugen, het ik-besef, het intellect en het verstand. Zij creĂ«erden organen van waarneming en handelen. Met machtswoorden konden zij allerlei wezens scheppen. Verschrikkelijke wezens, maar ook mooie, grote en kleine, zichtbare en onzichtbare, uit zweet, zaad of ei geboren, geslachtloos en niet geslachtloos, mannelijk en vrouwelijk. Zij lieten hen zich vermenigvuldigen en weer vernietigen. Vele verschrikkelijke oorlogen werden door deze wezens onderling gevoerd, dan weer onder invloed van de âWitte Wezensâ, dan weer onder invloed van de âZwarte Wezensâ. De witte wezens waren verbonden met de Al-Ene en respecteerden hun Heer Prakrtti. De zwarte wezens wilden âPrakrttiâ van zijn troon stoten.
Door één van de oudste zonen werd Prakrtti gewaarschuwd. âWe hebben Zwarte en Witte Wezens geschapen, maar ons spel is uit de hand gelopen. Help ons Prakrttiâ. Prakrtti was zeer bedroefd over dit bericht. Hij trok zich terug in zijn verblijf en beklaagde zich in meditatie bij de Al-Ene. De Al-Ene sprak tot hem en zei: âWaarom zo bedroeft. Je hebt je eigen Dharma op hen los gelaten en ze hebben het niet begrepen. Sluit opnieuw aan op je Dharma en vaardig kosmische wetten uit, zodat er een eind kan komen aan deze chaos. Deze Kosmische wetten luidden: âAlles wat geschapen wordt, is ten goede, de kern van alles wat bestaat en nog tot bestaan moet komen is Liefde, Harmonie, Bewustzijn en Gelukzaligheidâ. Een andere kosmische wet luidde: âSchep een wezen naar het evenbeeld van de Al-Eneâ. Hij gaf aan vier en twintig bestuurders de opdracht dit uit te voeren. Aldus gescheidde.
En zo ontstond uiteindelijk de mens. Zo ontdekten de zonen en hun kosmische families de geneugden en verschrikkingen van macht en de goede werkzaamheid van geweldloosheid, waarheidslievendheid, eerlijkheid, liefde en begeerteloosheid. Al deze ervaringen schreven zij op in de âAkasha-kroniekenâ.
Er deed zich echter één groot probleem voor. Naarmate de zonen stoffelijker werden, vergaten zij hun oorspronkelijke afkomst. Dit baarde âPrakrttiâ grote zorgen. In meditatie gezeten, riep hij de Al-Ene aan en zei: âHeer, ik heb aan Uw verlangen voldaan. Uw adviezen om mijn Dharma te volgen en kosmische wetten uit te vaardigen heb ik opgevolgd. Mijn zoons zijn de âGrote Reisâ begonnen en sommige van hen zijn nog steeds op reis.
Ze vergeten steeds maar weer hun oorspronkelijke afkomst. Wat moet ik doenâ. De Al-Ene antwoordde: âLeer ze Yoga, zoals Ik die aan jou heb onderwezen, gebruik de âGrote Mantraâ die ik aan jou heb geuit en stuur hen âGidsenâ, die de âWeg Terugâ kennen. Eens zal Ik de âGrote Mantra Van De Terugkeerâ laten klinken en dan roepen ik allen terug ter verantwoordingâ. Prakrtti gaf gehoor aan dit advies, reciteerde vele malen de Grote Mantra, leidde Gidsen op in Yoga en stuurde deze naar zijn zonen en hun families, soms met succes, soms niet met succes.
Vele âGidsenâ zijn gekomen en hebben de zonen, hun kinds kinderen en verder, onderricht gegeven en hen de âWeg terugâ gewezen. Zo bleef altijd het verlangen om eens terug te keren bij alle zoons en de families van Prakrtti in meer of mindere mate aanwezig. De âMantra van De Terugkeerâ klinkt nog niet. Er wordt gezegd dat Brahman zijn âUitademingâ nog steeds niet heeft voltooid, maar dat zal eens gebeuren en dan keren wij allen weer terug naar onze Oerbron. Laat iedereen dan ook, op elk moment, waar men zich ook bevindt, voorbereid zijn op deze Weg terugâ… Aldus is, volgens mijn Goeroe, de kosmos ontstaan en zal hij weer vernietigd worden, mijn zoonâ.
âDhyanajamâ liet dit verhaal tot zich doordringen, in meditatie gezeten. Toen zei hij:â Vader moet ik mij voorstellen dat de zeven Zonen zich in het heelal gevestigd hebben. Zijn zij te vergelijken met de âStamvadersâ op aarde, die weer kinderen krijgen en hun kinderen weer kinderen en ga zo maar door. Zijn zo ook alle volkeren hier op aarde ontstaan. Moet ik dat ook vergelijken met het bestuur van die landen en hun wetten. Klopt het dat er ook overeenkomsten zijn met de eb en vloed van de zee en met mijn eigen ademhaling. Is het zo dat als ik mij zelf ken, ik ook de Al-Ene lan leren kennenâŠ
Zijn vader onderbrak hem en sprak: âGa zo door mijn zoon, want in de vergelijkingen zitten alle antwoorden verscholenâŠâ.
Nieuwegein, juni 2002.
